Samenvatting preadvies 2010 mr. J.M. Den Jongh, mr. A.J.P. Schild en prof. mr. L. Timmerman: Naar maatschappelijke varianten van de rechtsvormen in Boek 2 BW?

J.M. de Jongh, A.J.P. Schild & L. Timmerman

Samenvatting

Het kenmerk van een maatschappelijke onderneming is dat voor haar het hoofddoel is het verrichten van een bepaalde publieke taak of het behartigen van een publiek belang, zoals woningbouw, buurtzorg of educatie. Indien de wetgever besluit een wettelijke regeling voor de maatschappelijke onderneming in te voeren dient deze maatschappelijk ondernemen zo veel mogelijk te faciliteren en slechts te reguleren indien dit noodzakelijk is. Een wettelijke regeling als faciliteit is niet alleen gericht op grote, thans reeds bestaande maatschappelijke ondernemingen, zoals woningcorporaties, ziekenhuizen e.d., maar bevordert ook het kleinschalige social entrepreneurship. Indien en voor zover misbruik of inefficiëntie dreigt, dient de wettelijke regeling met inachtneming van beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit te reguleren of de mogelijkheid tot verdere regulering te scheppen.

In het preadvies wordt daarom gepleit voor betrekkelijk flexibele en lichte wettelijke voorzieningen. Voorts zijn wij er een voorstander van dat private rechtspersonen die een maatschappelijk belang behartigen ervoor kunnen kiezen te worden georganiseerd als maatschappelijke modaliteit van de betreffende rechtspersoon, waaronder begrepen de BV, NV of de coöperatie. Ten aanzien van deze rechtspersonen bepleiten wij bijzondere wettelijke waarborgen ter bescherming van het publieke belang.

Wij putten daartoe vooral inspiratie uit de Britse Community Interest Company (CIC) die in 2005 is ingevoerd en daar succesvol is gebleken. De CIC is een modaliteit van onder andere de limited liability company en de public limited company. De CIC oefent haar activiteiten uit in het belang van de community. De twee belangrijkste kenmerken zijn een beperking van de mogelijkheid om winsten aan aandeelhouders uit te keren en toezicht door een publieke autoriteit. Voor het overige blijven gebruikelijke vennootschappelijke verhoudingen intact.

Ons model kenmerkt zich door de volgende uitgangspunten:

  • Een rechtspersoon dient vrij te zijn om te kiezen voor een maatschappelijke modaliteit.Aan ieder van de in Boek 2 BW voorkomende rechtsvormen dient de modaliteit maatschappelijk gekoppeld te kunnen worden.
  • De wettelijke regeling dient zowel geschikt te zijn voor bijvoorbeeld grote ziekenhuizen als voor een klein bezoekerscentrum van een natuurreservaat dat wordt bemand door vrijwilligers.
  • De maatschappelijke taak van de rechtspersoon komt tot uitdrukking in de statutaire doelomschrijving.
  • Er dient een publieke autoriteit te komen naar het voorbeeld van de Engelse CIC Regulator die light touch toezicht uitoefent teneinde openbare vertrouwen in de rechtsvorm te behouden.

We duiden daarbij een aantal don’ts en do’s aan:

  • Do:Een vermogensklem voor kapitaalvennootschappen en coöperaties.
    Naar voorbeeld van de CIC zouden wij voor maatschappelijke BV’s en NV’s een vermogensklem willen voorstellen, waarvan deel uitmaakt een beperking van de mogelijkheid tot dividenduitkeringen.
  • Don’t: een stichting of vereniging maatschappelijk met winstbewijzen.
    Wanneer een maatschappelijke BV en NV worden ingevoerd, bestaat geen behoefte meer aan een stichting of vereniging met winstbewijzen. Anders dan de BV of NV zijn deze rechtspersonen niet ingericht om winst uit te keren. De vele vragen die het wetsvoorstel heeft opgeroepen doen het vermoeden rijzen dat invoering niet zonder rechtsonzekerheid gepaard zal gaan, hetgeen zijn weerslag zal hebben op de levensvatbaarheid van deze modaliteit.
  • Don’t: Het wettelijk voorschrijven van een belanghebbendenvertegenwoordiging.
    Wanneer men met de maatschappelijke rechtsvorm ook social entrepreneurship wil bevorderen, dan ligt het niet meer voor de hand een orgaan voor te schrijven waarin aan belanghebbenden zeggenschap wordt gegeven.
    Voor de meest belangrijke sectoren is een belanghebbendenvertegenwoordiging, hetzij in sectorale wetgeving, hetzij in codes voorgeschreven. Zo is in de Wet medezeggenschap cli�nten zorginstellingen en de Wet op het overleg huurders verhuurder nu reeds voorzien in sectorale medezeggenschap. Wanneer medezeggenschap voor bepaalde sectoren wenselijk wordt geacht, dan verdienen sectorale wetgeving of sectorale codes naar onze mening de voorkeur.