Vraagpunten preadviezen 2011
Vraagpunten bij de preadviezen van prof. mr. W.J.M. Voermans, prof. mr. M.J. Borgers en prof. mr. drs. C.H. Sieburgh
Vraagpunt 1
Gemeenschappelijk vraagpunt
De betekenis van het hedendaagse legaliteitsbeginsel is primair gelegen in het onderstrepen van het belang van adequate onderlinge afstemming van de taken die de met rechtstoepassing en rechtsvorming belaste actoren (bestuur, wetgever, nationale rechter, Europese rechter) vervullen en niet in het scherp van elkaar onderscheiden van die taken.
Ruime meerderheid bevestigend.
Vraagpunt 2
Prof. dr. W.J.M. Voermans
De rechtswetenschap en de rechtspraktijk zouden zich meer rekenschap moeten geven van de verschillende functies van het legaliteitsbeginsel en van de verschuivingen die zich daarin hebben voorgedaan, en bijgevolg een meer functionele toepassing moeten geven aan dat beginsel.
Ruime meerderheid bevestigend.
Vraagpunt 3a
Prof. dr. W.J.M. Voermans
Na bijna anderhalve eeuw rechtsontwikkeling, waarin de reikwijdte van de grotendeels ongeschreven legaliteitsnorm voor wetgever, bestuur en rechter steeds verder, en ook in verschillende richtingen, is uitgebreid, is het nodig het beginsel te codificeren.
Ruime meerderheid bevestigend.
Vraagpunt 3b
Prof. dr. W.J.M. Voermans
Het verdient aanbeveling het legaliteitsbeginsel in de Grondwet te codificeren als voorgesteld.
Kleine meerderheid bevestigend.
Vraagpunt 4
Prof. mr. M.J. Borgers
Het bereik van de strafuitsluitingsgrond ‘rechtsdwaling’ dient te worden vergroot, in het bijzonder door minder sterk dan thans het geval is, de nadruk te leggen op de plicht van de burger tot het inwinnen van advies. De maatstaf zou veeleer moeten zijn of de verdachte, in de concrete omstandigheden van het geval, is uitgegaan van een redelijke interpretatie van de wet.
Kleine meerderheid bevestigend.
Vraagpunt 5
Prof. mr. M.J. Borgers
De duiding van de actuele betekenis van het (materieelrechtelijke) legaliteitsbeginsel dient te geschieden aan de hand van een interactionistische benadering van dat beginsel, waarin niet de strikte binding van de rechter aan de wet maar de communicatie tussen wetgever en rechter vooropstaat.
Meerderheid ontkennend.
Vraagpunt 6
Prof. mr. drs. C.H. Sieburgh
Aansprakelijkheden waarvan het bestaan niet afhangt van het foutieve eigen gedrag vereisen bij verruimende rechtsvorming een grotere mate van legitimatie in geval van verruimende rechtsvorming dan aansprakelijkheden die berusten op de in art. 6:162 BW verankerde zorgvuldigheidsnorm.
Kleine meerderheid bevestigend.
Vraagpunt 7
Prof. mr. drs. C.H. Sieburgh
De autonomie, de voorrang en de directe werking van het Europese recht maken het niet zinloos een inhoudelijke communicatie tussen het Europese recht en het privaatrecht van nationale origine op gang te brengen. Die communicatie kan bijvoorbeeld worden bevorderd door prejudiciële vragen te voorzien van informatie over de uitgangspunten van het privaatrecht en over de incoherenties waartoe de ontmoeting van het Europese recht en het privaatrecht kan leiden.
Zeer ruime meerderheid bevestigend.