Inhoud preadviezen 2017 – Bestuursrecht

Afscheid van de klassieke procedure in het bestuursrecht?

Bart Jan van Ettekoven, Bert Marseille

Is er reden om afscheid te nemen van de klassieke procedure? Om die vraag te kunnen beantwoorden beschrijven we eerst de kenmerken van de klassieke procedure in het bestuursrecht en de ontwikkelingen in de afgelopen periode, om daarna de balans op te maken. Wat is de stand van de bestuursrechtspraak anno 2017? Hoe goed doet de bestuursrechter het, in vergelijking met tien jaar geleden? Op welke punten moet het vooral zo (klassiek) blijven? Op welke punten moet het anders (minder klassiek)? De beantwoording van deze vragen vormt het startpunt van onderzoek naar alternatieven voor, naast en binnen de procedure bij de bestuursrechter die er aan kunnen bijdragen dat conflicten tussen overheid en burgers zo effectief mogelijk worden beslecht.
Bij het onderzoek naar alternatieven wordt aandacht besteed aan de vraag hoe bestuurlijke voorprocedures, zoals de bezwaarprocedure, effectiever kunnen worden en geschillen vroegtijdig kunnen worden opgelost zodat de bestuursrechter er niet aan te pas hoeft te komen.
Ook komt aan de orde in hoeverre de bestuursrechter met zijn “keurslijf” van het vernietigingsberoep nog in staat is adequate rechtsbescherming te bieden. Is het tijd om zijn bevoegdheid uit te breiden naar de publiekrechtelijke rechtsbetrekking? Moeten de uitspraakbevoegdheden worden verruimd?
Verder besteden we aandacht aan de vraag hoe de procedure bij de bestuursrechter vanuit het perspectief van de burger beter en eerlijker kan worden ingericht. Daarbij gaan we in op de snelheid van de procedure, of – soms – het gebrek daaraan. Meer uitgebreid behandelen we de vraag wat van de bestuursrechter mag worden verwacht op het gebied van regie, voorlichting en ongelijkheidscompensatie. Mag van de bestuursrechter worden verwacht dat hij de burger zo tijdig mogelijk voorziet van voor hem nuttige informatie over het gerecht, het type procedure, de stand van zaken in de procedure en eventuele vertragingen? Mag van de bestuursrechter worden verwacht dat hij actief regie voert in de procedure, tijdig vragen aan partijen stelt en dat hij aan zinvolle bewijsvoorlichting doet? Mag van de bestuursrechter worden verwacht dat hij in plaats van confectie maatwerk aanbiedt en dat hij onderzoekt of partijen gediend zijn met conflictoplossing of (juridische) geschilbeslechting? Hoort het tot de taak van de bestuursrechter te onderzoeken of partijen gebaat zijn met ADR/ODR? Hoe zorgt de bestuursrechter voor een geschikte manier van zaaksdifferentiatie, anders gezegd, dat elke zaak de behandeling krijgt die hij verdient?
Al deze vragen raken aan de taakopvatting van de bestuursrechter. Maar dé bestuursrechter bestaat niet. Maakt het voor het antwoord op de gestelde vragen uit over welk deelgebied van het bestuursrecht we het hebben en wat de aard is van het besluit? Verschilt de taak van de bestuursrechter bij de rechtbank van die in hoger beroep? Bij het verkennen van een antwoord op deze vragen betrekken we enkele mogelijkheden die het digitaal procederen zal gaan bieden. Dit onder de noemer ‘kansen onder KEI’ en ‘Kei voorbij’.
De kans is reëel dat na lezing van ons preadvies bij u vragen resteren of dat zelfs meer en nieuwe vragen zijn opgekomen over de meest wenselijk geachte inrichting van de procedure in het bestuursrecht en bij de bestuursrechter. Als dat zo is, dan is ons doel bereikt. Graag zouden we zien dat u actief participeert in het debat over de toekomst van het bestuursrecht in het digitale tijdperk, want alleen door debat komen we verder.